Jan Bergstra & Laurens Buijs
Amsterdam Gender Theory Research Team
In verband met de commotie over de deelname van transgenders bij darts komt veel commentaar los op sociale media. Dit komt van verschillende kanten. Opvallend is daarbij dat de volstrekte onduidelijkheid van de term transgender weinig tot geen aandacht krijgt.
Op de site van het Transgender Netwerk lezen we “wie je bent zeg je zelf”, en in psychomedisch Nederland (en ook wereldwijd) blijkt ook dat de transgender wordt gezien als een beschrijving van hoe iemand het eigen gender beoordeelt, in het bijzonder als de toestand van iemand die het eigen gender anders beoordeelt of ervaart dan zoals “assigend at birth”. Dat wil zeggen: de genderidentiteit wijkt af van het bij geboorte toegekende gender.
Een betere term zou zijn: transgenderidentiteit. Ofwel een transgender persoon is een persoon met een trans genderidentiteit. Door de vermelding van “identiteit” gemakshalve weg te laten ontstaat een permanente verwarring die vervolgens leidt tot vele beschuldigingen in verschillende richtingen, en daaruit volgende frustraties en ongeluk. Er is vorige week geworven voor een petitie tegen de intimidatie van transgender personen in de sport. Begrijpelijk maar ook te kort door de bocht.
De term transgender is voor deze discussie te vaag en het voortdurend gebruik van de term transgender in infomele zin vanuit de medisch psychologische hoek draagt daar aan bij. Eigenlijk is het gebruik van de term transgender in de medische en psychologische sector alleen te begrijpen wanneer daar het “woke” co-essentialisme (zie gender-theory.org/) volledig geaccepteerd zou zijn, maar dat nemen wij niet aan.
Bij de discussie over de deelname aan een dartscompetitie voor vrouwen is het startpunt een transvrouw, zeg C, die de organisatie op grond van principes van gewenste inclusie deel laat nemen aan een wedstrijd in de categorie “voor vrouwen”.
Deze transvrouw heeft C vrouwelijk formeel gender: “vrouw” staat in haar paspoort, de transitie heeft feitelijk plaatsgevonden. Misschien heeft C op dit moment weer een mannelijke genderidentiteit, maar dat doet er niet toe althans niet voor toelaatbaarheid bij de betreffende sportwedstrijd.
Op de website van het Transgender Netwerk zien we hoe dit netwerk er vanuit gaat dat wie zegt of denkt een vrouwelijk/mannelijk/neutraal gender te hebben (een vrouwelijke/mannelijke/neutrale genderidentiteit heeft), ook formeel (in de zin van de door leden van het Transgender Netwerk gewenste transgenderwet) vrouwelijk/mannelijk/neutraal gender heeft (in de zin van formeel gender). Het netwerk omarmt het co-essentialisme alsof dat vanzelf zou spreken, quod non.
Maar hiermee ontstaan voor elke sportbond onoplosbare problemen en dat zouden zich de medici en psychologen en ook de leden van het Transgender Netwerk zich toch moeten aanrekenen.
Wanneer het zo zou zijn dat genderidentiteit gender bepaalt dan spreekt daarmee definitief niet vanzelf dat elke vrouw aan elke competitie voor vrouwen mee zou mogen doen. Dit kan iedereen inzien, ook elk lid van het Transgender Netwerk en ook elke arts en psycholoog in Nederland. Wat moeten de sportbonden dan doen om het discours goed te organiseren dat door toedoen van anderen die het jargon sloppy gebruiken in het moeras is gereden?
Het zou de zaken verhelderen wanneer medici en pychologen een persoon niet transgender noemen uitsluitend en alleen op basis van genderidentiteit (zelfidentificatie), en het zou ook de discussie verbeteren wanneer de leden van het Transgender Netwerk in duidelijke termen uiteen zouden zetten hoe en met welk taalgebruik een sportbond de transitiegeschiedenis van een kandiaat deelnemer kan laten meetellen bij de beoordeling van een verzoek tot deelneming aan een wedstrijd.
Wij geloven vooralsnog niet dat het Transgender Netwerk representatief is voor de transgendergemeenschap. Zij die een gendertransitie hebben doorgemaakt en nu op grond van morfologisch gender als man of vrouw worden gezien (en daarmee in klassieke zin transgender zijn) hebben zichtbaar nadeel van een discours waarin zelfs de taal waarin ziets wordt beschreven naar de achtergrond raakt en waarin dat er allemaal niet toe zou doen.
Met andere woorden: C zien wij als slachtoffer van de wijze waarop de transactivisten het debat voeren en de mate waarin medici en psychologen daar (al dan niet bewust) in meegaan.

Geef een reactie